Keti Koti

Keti Koti

Deze leus van ActionAid Nederland sprak erg tot mijn verbeelding, mijmerend over wat Keti Koti dit jaar met me deed. De koning excuseerde zich voor het slavernijverleden van Nederland en de rol van zijn familie daarin en vroeg om vergiffenis. Eindelijk wederkerigheid in deze kwestie, misschien kan dit een nieuw begin zijn voor ons allemaal.

Een historische dag, onze koning maakte in een toespraak in het Oosterpark bij het slavernijmonument excuses voor de rol van Nederland en zijn eigen familie in het slavernijverleden aan de nazaten van tot slaaf gemaakten uit Suriname en de Antillen. Hij ging zelfs verder, hij vroeg om vergiffenis. 

Al jaren vier ik Keti Koti in die zin dat ik graag deelneem aan de feestelijke markt en massale picknick in het Oosterpark, niet ver van mijn woning. Ik geniet van de kleurrijke outfits en de trots op de zwarte gezichten, die dan tenminste één keer per jaar hun cultuur en tradities in het zonnetje mogen zetten. Dat is voor mij genieten, want zo anders als de toch wat stijve, wat te beheerste manieren van de witte Nederlanders. De kleurrijke traditionele kleding en goedlachse sfeer werken aanstekelijk. De grote familiebijeenkomsten rond de grote picknick-manden zijn een heerlijk schouwspel. De muziek vraagt om dans en plezier maken samen. Ik natuurlijk geniet ik van het zalige Surinaamse eten.

Zo’n tien jaar geleden, ik was nog niet zo lang terug in Nederland, bezocht ik voor het eerst Keti Koti in het park met mijn beide dochters en één van hun ook gekleurde vrienden. Zij keken hun ogen uit en verzuchtten “ ik wist niet dat er zoveel zwarte mensen in Amsterdam waren”. Er klonk verwondering, maar ook bekrachtiging uit en dat raakte me. Dit was voor mij de opmaat voor veel gesprekken met hen over het koloniale verleden van Nederland, de slavernij en de rol van Nederland daarin. Maar ook over discriminatie en achterstelling van gekleurde Nederlanders. Dit was een aspect van Nederland dat zij toen nog helemaal niet kenden, maar hen wat met hun gemengde achtergrond zeker raakte- hun vader is een zwarte Egyptenaar en ikzelf ben wit-. Maar in Nederland wordt iedereen met een tintje zwart genoemd, behalve als het om tante Sien gaat die net van de camping of de zonnebank komt.

Mijn kinderen heb ik in Aswan in het zuiden van Egypte grootgebracht, waar wit en zwart met respect voor elkaar redelijk ongedwongen naast elkaar leefden. Jarenlang leefde ik zelf als enige witte in een volledig zwart Nubisch dorp. Ik voelde me er thuis en buiten de barrière van de taal, er wordt een Afrikaanse taal gesproken nl. het KInsi, voelde ik me zelden buitengesloten. Er was altijd wel iemand die me in het Arabisch, de taal die ik wel strak en zij ook, toesprak of uitleg gaf en gaandeweg begreep ik ook steeds meer van het Kinsi.

Mijn wit-zijn speelde geen beduidende rol, totdat er groepen toeristen het dorp in kwamen lopen. Steeds vaker kwamen grote groepen de dorpen bekijken in excursies die op de cruise-boten werden aangeboden als extraatje. Een mooie bron van inkomsten voor de gidsen, maar de plaatselijke bevolking had er niets dan overlast van. Door het wat angstige en schichtige gedrag van de vrijwel uitsluitend witte toeristen, voelde je dan het ongemak alsof de bezoekers ook bang waren gemaakt. Soms sprak ik mensen, die langs mijn huis liepen en ontstonden er mooie gesprekken, waarin je iets van het dagelijkse leven en de cultuur kon vertellen. Zelden sprak men echter de oorspronkelijke dorpsbewoners aan. 

Sommige kinderen hingen om de groepen heen en bedelden om snoep, een pen of geld, een groot spannend spel voor hen. Iets wat we steeds weer moesten aankaarten met de dorpsbewoners: laat je kind niet bedelen, want zo willen ze niet meer naar school en kennen ze geen andere manier meer om in hun behoeften en levensonderhoud te voorzien. 

Op een keer kwam er een Nederlandse groep het plein oplopen, waar ik met mijn schoonzusjes en buren op een mat zat te genieten van de koelte van de namiddag. Ik droeg ook een lang zwart kleed net als zij en zat met hen op de grond thee te drinken. Ik kreeg van een paar dames een zeepje aangereikt, dat ze zeker van de servicekar van de housekeeping hadden gejat, want ze hadden een hele zak vol. De dames liepen alsof ze Sinterklaas waren aan iedereen uit te delen en trokken veel aandacht. Toen ik daarop hen bedankte in het Nederlands reageerden de dames geshockeerd en kwamen ze na enig beraad hun excuses aanbieden. Waarop ik zie dat wat voor mijn schoonzusjes goed genoeg was, dat voor mij ook was. Beschroomd liepen ze daarna snel het plein af.

 Maar diezelfde schroom voelde ik zelf soms ook. Waarom rondlopen in een dorp als je niet echt in contact treedt. Waarom werden mensen zo ontmenselijkt, als minderwaardig gezien, slechts als bezit waarover men vrij kon beschikken. Waarom voelden zoveel witte mensen zich nog steeds superieur. Waarom hoorde ik op straat in Nederland steeds weer racistische uitlatingen. Waarom had mijn oudste dochter moeite om bij bedrijven binnen te komen. Waarom werd hun vader steevast aan de grens eruit gepikt voor controle. Ik schaamde me er soms voor om witte Nederlander te zijn. 

Onze collectieve schuld is een ongemakkelijk ding en we moeten er wat mee. Daarom was het ook zo mooi, dat dit jaar onze koning niet alleen excuses maakte maar ook om vergiffenis vroeg. Misschien is dit het begin van samen het gesprek aangaan over het ongemakkelijke verleden en de gevolgen die er nog steeds zijn in onze maatschappij.

We zijn een rijk land geworden dankzij wereldwijde scheepvaart en handel, maar dat kon alleen over de ruggen van de tot slaaf gemaakten. We hebben hele groepen mensen misplaatst over de wereld in de slavenhandel, ontworteld en volledig onderworpen aan de witte Nederlandse belangen. We hebben ook grote groepen witte Nederlanders naar de koloniën gestuurd om zich daar schuldig te maken aan machtsvertoon en onderdrukking als instrumenten van ons overheidsbeleid en ons winstbejag. 

Maar door het ongemak van onze schuld en schroom in de ogen te kijken komen we misschien nu op een punt, waar me met meer openheid en oprechte belangstelling elkaar tegemoet kunnen treden en op zoek kunnen gaan naar wat ons bindt. Misschien vinden we dan manieren om de pijn te transformeren naar heling en gezamenlijke kracht. Het is de hoogste tijd, 150 jaar na afschaffing van de slavernij.

 

Yvon Arendsen, juli 2023

 

Geef een reactie

c

Lorem ipsum dolor sit amet, unum adhuc graece mea ad. Pri odio quas insolens ne, et mea quem deserunt. Vix ex deserunt torqu atos sea vide quo te summo nusqu.

Ontdek meer van Yvon Arendsen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder